Onder een dak van zwaarden
Een jonge Frans Jacobs voert kote gaeshi uit. Uke onbekend.
Vandaag neem ik afscheid van mijn eerste sensei: meester Frans. Meer zelfs: van Shihan Frans. Japans voor uitzonderlijke meester. Frans kreeg de eretitel van Hombu Dojo op zijn 82e. Tamura, een van de Japanse grootmeesters die Aikido naar Europa bracht, was er zelfs speciaal voor naar Mechelen afgezakt. Voor Shihan Jacobs.
Maar wij, de leerlingen, wij mochten gewoon Frans zeggen.
Wapenbroeder Frans.
Soldaat Frans.
De jonge paracommando Jacobs deed actieve missies in Congo, dat in de vroege jaren zestig opstandig zelfstandig aan het worden was. België dropte haar zonen boven de brousse in een poging om de puberende volksrepubliek in wording onder controle te krijgen.
Parachutes waren toen nog onbestuurbaar: soldaten werden uit het vliegtuig gegooid en vielen gewoon tegen 5-6 meter per seconde naar beneden. In de Tweede Wereldoorlog zijn er geallieerden geland en gesneuveld in waterputten, op kerktorens, in brandende vuren voor ze een shot hadden gelost.
Frans landde in Congo op een termietenheuvel. Maanden revalidatie en kapotte knieën voor de rest van zijn leven. Als beginnend aikidoka kende ik het verhaal nog niet. God weet hoe lang ik geloofd heb dat een aikidoleraar niet op zijn hielen mocht gaan zitten in seiza. Frans torende bij het groeten altijd boven ons uit om de eenvoudige reden dat hij zijn knieën niet verder dan 90 graden kon plooien.
Die knieën hebben hem er niet van weerhouden een van de eerste zwarte gordels van België te worden. Hij zou er ook nog karate en judo mee doen. En misschien nog het strafste: hij deed er suwari waza mee, technieken uitgevoerd op de knieën. Hij zou met die knieën zesde dan worden.
Zesde dan Frans.
Maar wij, de leerlingen, wij mochten dus gewoon Frans zeggen.
Het zijn er veel geweest, die leerlingen. Sommige van de beste aikidoka waar ik mee getraind heb over heel België, Nederland en Frankrijk hadden hun eerste aiki-stappen gezet op de mat in Mechelen. Eerst in de dojo boven de Oude Zwemdok. In de zomer, onder dat zadeldak, boven het warme water: een sauna in de hel. De rest van het jaar: een van de mooiste dojo’s waar ik ooit mocht trainen.
Daarna in de BBS. Tot de brand. Dan de in de Dojo Albert Merckx, die eigenlijk altijd Dojo Frans Jacobs had moeten heten.
In die dojo’s was het aikido van Frans een degelijk aikido van de oude stempel. Frans zou zelf nog vaak vertellen hoe aikido tijdens zijn leven geëvolueerd was. Hij toonde dan bijvoorbeeld een shiho-nage waarbij je eerst de schouder of elleboog uit de komt trok, dan met een elleboog een paar ribben brak, een uppercut gaf en het hoopje miserie dat uke dan nog was, op zijn rug liet vallen waarbij je nog ‘s natrapte: kwestie van zeker te zijn dat uke niet meer zou rechtstaan.
Daarna liet hij de moderne versie zien waarbij je de soepel de gewrichten van uke stretcht en hem de kans geeft een mooie val te maken. Degelijk, sterk, maar flexibel. Aikido dat niet langer jiu-jitsu was, maar een harmonieuze krijgskunst.
En daar had Frans vrede mee.
Want vechtleraar Frans was een man van de vrede.
Geen toeval, dat hij in de Vredestraat woonde.
Geen toeval, dat hij op Kerstmis geboren was.
Zeker wie Frans ooit klassieke gitaar heeft horen spelen, hoorde daarin echt geen geweld. Ik hoorde daar een liefde voor het leven in van iemand die wist dat dat niet vanzelfsprekend was.
En neen, dat is geen tegenstelling.
Vandaag beseffen we stilaan terug wat Plato 2500 jaar geleden al wist: “Wie vrede wil, moet zich op oorlog voorbereiden.”
Oprechte krijgskunst verheerlijkt geen geweld. Echte krijgskunst is er om het leven te beschermen. Of zoals Einstein zou zeggen: “Ik ben een pacifist, en zelfs een militante pacifist. Ik ben bereid te vechten voor vrede.”
Ik heb dat nooit mooier vertaald gezien dan in een traditie van de club van Frans.
Wanneer iemand van de club trouwde, vormden de aikidoka aan de uitgang van het stadhuis of de kerk een erehaag. Als het bruidskoppel buiten kwam, hielden wij onze zwaarden aan weerskanten als een dak boven hun hoofd.
Een dak van zwaarden.
Een dak van bescherming.
Een dak van liefde voor het leven.
Bedankt Frans, voor het dak dat je boven het hoofd van mijn broer hebt gehouden. Bedankt Frans, voor de hakama die je hem schonk omdat je wist dat wij het niet breed hadden thuis. Bedankt voor het zelfvertrouwen dat je hem geschonken hebt.
Bedankt, Shihan Jacobs: dat was grootmeesterlijk.